Wat moet er nog gebeuren?

Ondanks het feit dat commerciŽle seksuele uitbuiting van kinderen veelvuldig voorkomt en de negatieve gevolgen ervan bewezen zijn, staat de aanpak van dit probleem pas sinds enkele jaren op de politieke agenda. Sindsdien hebben overheden, NGO's en het bedrijfsleven samenwerking op gang gebracht om seksuele uitbuiting van kinderen tegen te gaan. Op papier ziet dit er mooi uit. De dagelijkse praktijk is echter weerbarstiger. Er moet nog veel gebeuren willen kinderen hun recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting kunnen uitoefenen. 

Wat moet er volgens ECPAT-NL nog gebeuren in Nederland om kinderen optimaal te kunnen beschermen tegen seksueel geweld en seksuele uitbuiting?

  • Meer opvang en hulpverlening voor minderjarigen die te maken hebben met seksuele uitbuiting. Er zijn onvoldoende gespecialiseerde projecten waar slachtoffers van seksuele uitbuiting terechtkunnen voor hulp. Prostitutie van minderjarigen komt niet alleen in de Randstad voor, maar vindt plaats in heel Nederland. Opvang en hulpverlening moeten dan ook op provinciaal en lokaal niveau aangeboden worden.
  • De toegankelijkheid van de hulpverlening moet verbeterd worden voor kinderen die te maken krijgen met seksueel geweld en uitbuiting. Uit onderzoek blijkt dat kinderen vaak niet weten waar ze terechtkunnen voor hulp. Wanneer ze bij een hulpverleningsinstantie aankloppen, worden ze vaak doorverwezen naar andere instanties en moeten ze keer op keer hun verhaal doen. De hulpverlening moet meer gericht zijn op de hulpvraag van het kind en beter aansluiten op de leefwereld van kinderen. 
  • De wachtlijsten voor opvang en hulpverlening voor minderjarige slachtoffers van seksueel geweld en uitbuiting moeten verkort worden. 
  • Er is specifieke aandacht nodig voor risicogroepen zoals: alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's), meisjes die slachtoffer zijn van loverboys, vluchtelingenkinderen en gehandicapte kinderen. Er moet meer aandacht komen voor preventie, onderzoek, registratie, reÔntegratie en het ontwikkelen van hulpverleningsprogramma's voor deze risicogroepen. 
  • Hulpverleners en psychotherapeuten moeten meer expertise krijgen over de psychische effecten op kinderen van seksuele uitbuiting. 
  • Er moet meer gespecialiseerde behandeling voor zedendelinquenten komen en meer begeleiding voor zedendelinquenten nadat ze hun straf hebben uitgezeten, om recidive te voorkomen. 
  • Vroegsignalering en herkenning, speciaal met betrekking tot minderjarige zedendelinquenten. Op deze manier kan er eerder ingegrepen worden. 
  • Minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting moeten participeren in de ontwikkeling van beleid op het gebied van preventie en hulpverlening. We kunnen leren van de ervaringen van deze jongeren en deze gebruiken om preventie en hulpverleningsactiviteiten beter aan te laten sluiten op de specifieke behoeften van deze doelgroep. 
  • De leeftijd van minderjarigen die gebruikt worden voor het produceren van pornografisch materiaal moet verhoogd worden van 16 naar 18 jaar. 
  • Virtuele kinderpornografie moet strafbaar gemaakt worden. 
  • De Internet Service Providers (ISP's) moeten meer verantwoordelijkheid nemen in de strijd tegen kinderporno op internet en preventie van kindermisbruik door middel van het internet. Internet serviceproviders moeten participeren in het Meldpunt Kinderpornografie en het Meldpunt mede financieren. De overheid moet hen verplichten om mee te werken aan politieonderzoek in geval van seksuele uitbuiting van kinderen.
  • Zelfregulering van de reisindustrie is nodig, bijvoorbeeld door het aannemen van een Code of Conduct om kinderen te beschermen tegen seksuele uitbuiting in toerisme.
  • Er moet meer capaciteit bij de uitvoerende diensten van politie en justitie komen voor handhaving en mate en niveau van de deskundigheid. 
  • Het effect van de wet Opheffing Bordeelverbod op handel in en exploitatie van minderjarige prostituees moet goed in de gaten gehouden worden.