Overheid

In navolging van de afspraken die tijdens de eerste Wereldconferentie in Stockholm in 1996 gemaakt zijn, heeft de Nederlandse overheid de verantwoordelijkheid in de strijd tegen seksuele uitbuiting van kinderen op zich genomen. In 1999 is er een Kabinetsnota verschenen 'Seksueel misbruik van en geweld tegen kinderen'. Deze kun je downloaden. Daaropvolgend heeft de Nederlandse overheid in april 2000 een Nationaal Actieplan "Aanpak Seksueel Misbruik van Kinderen" (NAPS) gepresenteerd waarin richtlijnen voor het beleid staan omtrent seksuele exploitatie. Daarbij valt te denken aan projecten die de weerbaarheid van kinderen vergroten, onderzoek naar daders, het ontwikkelen van lesmodules voor vroegsignalering van seksueel misbruik en het opzetten van hulpverleningsprojecten. De onderwerpen die in het NAPS aan bod komen zijn:

  • Preventie
  • Hulpverlening
  • Repressie
  • Wetgeving

Om de voortgang van alle initiatieven die in het Nationaal Actie Plan beschreven staan in de gaten te houden is er in het voorjaar van 2001 een projectteam samengesteld met deelnemers van verschillende departementen. ECPAT-NL en Defence for Children Internationaal Nederland maken deel uit van dit projectteam. Het projectteam loopt tot en met eind 2002.

Wetgeving
Wetgeving en vervolging spelen een belangrijke rol in de strijd tegen seksuele uitbuiting van kinderen, zowel als afschrikmiddel om mensen ervan te weerhouden zich over te geven aan seksuele uitbuiting van kinderen en als uiting van morele afkeuring door de maatschappij. De wetgeving rondom kinderprostitutie is vrij ingewikkeld. Reden van de complexiteit van het Nederlandse strafrecht is het feit dat de Nederlandse overheid zich aan de ene kant terughoudend opstelt en de seksuele vrijheid van burgers (en kinderen) wil respecteren, terwijl ze aan de andere kant onderdrukking, geweld en exploitatie in seksuele relaties wil bestrijden.
Voor meer specifieke informatie kun je ook een kijkje nemen op de site van het ministerie van Justitie: www.justitie.nl

Zedelijkheidswetgeving 
Het moet duidelijk zijn wat we onder seksuele uitbuiting van kinderen verstaan en dit moet helder in wetten omschreven worden. Waar het gaat om seks met en tussen minderjarigen geldt de volgende regeling:

  • ieder seksueel contact met kinderen onder de 12 jaar is strafbaar;
  • seksueel contact met minderjarigen tussen 12 en 16 jaar is strafbaar op klacht: een klacht van het slachtoffer, de ouders of de Raad voor de Kinderbescherming;
  • seksueel contact met personen boven de 16 jaar is volledig vrij, voor zover er geen geweld aan te pas komt (dan is er sprake van aanranding of verkrachting).

Sinds 2001 zijn er een aantal wetsveranderingen voorgesteld. Daders van ontucht met kinderen tussen de 12 en 16 jaar zullen in de nabije toekomst worden vervolgd zonder dat er een strafklacht ingediend is. In plaats van dit klachtvereiste krijgen slachtoffers tussen de 12 en 16 jaar een hoorrecht. Ze worden gehoord over het gepleegde feit en over de wenselijkheid van het vervolgen van de dader. 

Kinderprostitutie
Per 1 oktober 2000 is er een belangrijke wet gewijzigd die van belang is voor de bestrijding van seksuele uitbuiting van minderjarigen. Artikel 250a regelt de opheffing van het bordeelverbod. Daarmee is prostitutie legaal geworden in Nederland. Het is dus niet verboden je te prostitueren in Nederland. Het in dienst hebben van prostituees mag echter uitsluitend als de prostituee zich vrijwillig prostitueert en niet jonger is dan 18 jaar. Mensenhandel, exploitatie van onvrijwillige prostitutie en prostitutie van minderjarigen is wel strafbaar, tot een maximum gevangenisstraf van acht jaar. Bovendien is ook diegene die gebruik maakt van seksuele diensten van een minderjarige prostituee strafbaar, tot een maximum gevangenisstraf van vier jaar. Met de wet Opheffing Bordeelverbod heeft Nederland duidelijk gemaakt dat prostitutie van minderjarigen uit den boze is.

Kinderporno
In het Nederlandse Strafrecht (artikel 240b) wordt als kinderpornografie beschouwd een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand onder de 16 jaar is betrokken. Men is strafbaar als men afbeeldingen 'verspreidt of openlijk tentoonstelt of deze vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of in voorraad heeft'. De leeftijdgrens van 16 jaar zal zeer waarschijnlijk in 2002 na de wetswijziging verhoogd worden tot 18 jaar. 

Nu de rol van het internet in de verspreiding van kinderporno zo belangrijk is geworden is natuurlijk ook de wetgeving op dat terrein relevant. De huidige wet is niet toereikend om kinderporno op het internet in Nederland voldoende te kunnen bestrijden. Er zijn een aantal punten die gewijzigd moeten worden. Binnenkort wordt de nieuwe Wet Bescherming Persoonsgegevens verwacht. Deze wet moet de medewerkingverplichting regelen van internetproviders om identificerende gegevens te verstrekken in strafrechtelijke onderzoeken. De wet komt er op neer dat een provider medeplichtig kan zijn aan een strafbaar feit, tenzij hij deze medewerking verleent. De Kamer wil echter eerst afwachten welke richtlijnen de Europese Commissie hiervoor vaststelt. Tot die tijd zijn providers in principe vrij om het verzoek van Justitie op grond van de wet Persoonsregistratie naast zich neer te leggen. Er ligt nu een voorstel van de EU om de richtlijnen vast te stellen.

Er is een voorstel tot nieuwe wetgeving omtrent het strafbaar stellen van virtuele kinderporno. Virtuele kinderpornografie is kinderporno waarvoor kinderen niet daadwerkelijk fysiek zijn misbruikt, maar waarbij afbeeldingen digitaal zijn gemanipuleerd. Hoewel hier geen kinderen voor misbruikt worden, betekent het feit dat je kinderen op die manier afbeeldt dat je ze degradeert tot lustobject; je creŽert mogelijk een markt voor echte kinderporno. De strafmaat hiervoor zal vier tot zes jaar worden. Ook hiermee wordt gewacht op internationale juridische ontwikkelingen. 

Extraterritoriale wetgeving
Daders van seksuele uitbuiting van kinderen moeten ook berecht kunnen worden als ze de daden buiten hun eigen land begaan hebben. Dit valt onder de extraterritoriale wetgeving. 
In verschillende landen is de wetgeving toereikend om iemand die in het buitenland misbruik pleegt, ook in het 'thuisland' te kunnen aanpakken. Vervolging van seksueel misbruik begaan door een Nederlander in het buitenland is mogelijk, als het misbruik ook in het land waar het feit gepleegd is als misdrijf is gekwalificeerd en strafbaar is (de eis van de dubbele criminaliteit). Bewijs dat afkomstig is uit het buitenland dient echter wel te voldoen aan onze strafrechtelijke normen, voor men hier tot vervolging kan overgaan. De naleving van de wetten en de kwaliteit van het rechtssysteem laten echter in veel landen te wensen over, wat vervolging van daders die in een ander land het misbruik hebben gepleegd, bemoeilijkt. De voorgestelde wetswijziging tot afschaffing van het klachtvereiste zal het makkelijker maken om een dader in het eigen land te vervolgen omdat er geen officiŽle klacht meer nodig is waar het misbruik van een 12 tot 16-jarige betreft. 

Internationale wetgeving 
Seksuele uitbuiting van kinderen is een grensoverschrijdend probleem. Internationale wetgeving wordt dan ook steeds belangrijker, zowel in verdragen op mondiaal niveau in het kader van de VN, als op Europees niveau in het kader van de Europese Unie en de Raad van Europa. Al in 1949 werd het internationale verdrag gesloten waarin mensenhandel en uitbuiting door middel van prostitutie werden verboden. Dit verdrag verplicht staten iedereen te straffen die 'om de lusten van een derde te bevredigen' gelegenheid geeft tot prostitutie, ůf een persoon verleidt tot prostitutie, ůf profiteert van de prostitutie van iemand anders. Het verdrag schept ook precedenten om internationale mensenhandel (met seksuele doeleinden) - en met name als het gaat om vrouwen en kinderen - te bestrijden. 

Ook in de vervolging moeten grensoverschrijdende maatregelen genomen worden.
Interpol (www.interpol.com/Public/THB/default.asp) speelt een belangrijke rol in de opsporing van seksueel geweld en misbruik van personen in internationaal verband. Europol (www.europol.eu.int/home.htm) is een samenwerkingsverband tussen de politiediensten uit de verschillende landen van de EU ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit.